Brabant C is een ondernemend publiek-privaat cultuurfonds dat investeert in cultuur in Brabant met als doel blijvende maatschappelijke impact te realiseren. Door samen te werken met culturele, publieke en private partners verbindt Brabant C creativiteit aan actuele maatschappelijke vraagstukken en versterkt het de financiële basis van de cultuursector. We spraken met Leonne Cuppen, ontwerper en mede-initiatiefnemer van Nieuw Zwanenburg, over de impact van deze jonge ontwerp- en experimenteerplek in Oirschot. Met steun van de ASML x Brabant C-financieringsregeling ontwikkelde Nieuw Zwanenburg een programma voor de omgeving.
Een plek tussen thuis en werk
Aan de rand van de A58, op een voormalige hoeve met omliggende akkers, werkt een groeiend netwerk van ontwerpers, boeren, onderzoekers, overheden en bewoners samen aan de infrastructuur van de toekomst. De plek is ontstaan vanuit een fundamentele vraag: hoe werken we samen aan complexe maatschappelijke opgaven, als de klassieke structuren niet meer volstaan?
Ontwerper Leonne Cuppen, mede-initiatiefnemer van Nieuw Zwanenburg, vertelt: “Rijkswaterstaat merkte dat steeds meer vraagstukken niet meer traditioneel op te lossen zijn. Ze zochten naar nieuwe manieren van samenwerken.” Die zoektocht bracht hen tijdens Dutch Design Week bij het concept van de third place: een plek die niet je thuis is en niet je werk, maar iets daar tussenin. “Een plek waar je gelijkwaardig samenkomt, zonder vaste hiërarchie.”
Van verkenning naar vertrouwen
Rijkswaterstaat vroeg Leonne en mede-ontwerper Marijn van der Poll om de potentie voor een third place rondom de vraagstukken van Rijkswaterstaat te verkennen. “We hebben allerlei mensen gesproken, energie opgehaald en vier dagen georganiseerd waarin verschillende expertises samenkwamen,” zegt Leonne.
De energie die daarbij vrijkwam was groot. Toen bleek dat Rijkswaterstaat de hoeve aan de A58 had uitgekocht en beschikbaar kon stellen, viel alles samen. “We organiseerden een soort housewarming, als eindrapportage van onze verkenning. Dat moment had zoveel impact dat we de sleutel kregen voor tien jaar.” Vanaf dat punt werd de hoeve Nieuw Zwanenburg: een third place in de praktijk.
Het 5 O’s-Samenwerkingsmodel
Nieuw Zwanenburg werkt vanuit een gelijkwaardig samenwerkingsmodel met vijf ‘O’s’: ontwerpers, ondernemers, overheid, onderwijs/onderzoek en omgeving. Elke discipline heeft een eigen gildemeester en maandelijks komt het geheel samen. “Na anderhalf uur vergaderen zijn we opgeladen,” vertelt Leonne. “Je kunt hier supersnel schakelen. Iedereen is verantwoordelijk voor het geheel, maar we benutten elkaars expertise.” Dat leidt tot een andere dynamiek. “Het zijn processen zonder vooraf vaststaande uitkomst,” zegt Leonne. “Als iets mislukt, is dat óók een succes. We leren altijd.”
Ontwerpen vanuit de bodem
De kern van Nieuw Zwanenburg ligt in het verbinden van ontwerp aan concrete maatschappelijke vraagstukken. Een belangrijk thema is het verbouwen van biobased vezelgewassen – zoals miscanthus – voor toepassingen in infrastructuur: van asfalt en geluidswallen tot isolatiemateriaal. “We willen laten zien dat het al kan,” zegt Leonne. “Iedereen zegt dat het anders moet, maar hier doen we het ook echt.”
De plek is uitgegroeid tot een levend ecosysteem. Bewoners van het nabijgelegen COA worden actief betrokken, lokale ondernemers sluiten aan en gesprekken met boeren – ook kritische – worden niet uit de weg gegaan. “Sommigen zien eerst alleen ‘onkruid’ op de akkers,” vertelt Leonne. “Juist dat gesprek is belangrijk. Het gaat niet over links of rechts, maar over gezond en samen.”
Zaaien en oogsten met ASML X Brabant C
Met steun van de ASML x Brabant C-financieringsregeling kon Nieuw Zwanenburg een publiek programma ontwikkelen dat de omgeving actief betrok. Leonne vertelt: “Onze ambitie was tweeledig: laten zien dat iedereen welkom is én dat ontwerpkracht essentieel is in dit soort processen.”
Dat kreeg vorm in het Zaaifeest in mei en het Oogstfeest tijdens Dutch Design Week. Naast besloten bijeenkomsten voor experts werden meerdere open dagen georganiseerd met workshops, lezingen, veldtours en tentoonstellingen. “We hebben de omgeving actief benaderd en hier zijn mooie samenwerkingen uit ontstaan. Van een lokale imker tot een vegan cateraar uit het dorp, waarvan de foodtruck werd gerund door COA-bewoners.”
Ook ontwerpers profiteerden direct van het programma. Dankzij de financiering konden deelopdrachten worden verstrekt, gastcuratoren worden aangesteld en ontstond waardevolle matchmaking tussen ontwerpers en andere disciplines. “Dat onderlinge contact is misschien wel de grootste impact,” aldus Leonne.
Een open toekomst
“De visie is helder, nu is opschaling nodig,” zegt Leonne. De ambitie is groot: versnellen van biobased toepassingen, eigenaarschap over de hoeve en het delen van het samenwerkingsmodel als open source. “Dit kan op veel meer plekken werken.”