Fotografie: Dave Van Hout
Brabant C is een ondernemend publiek-privaat cultuurfonds dat investeert in cultuur in Brabant met als doel blijvende maatschappelijke impact te realiseren. Door samen te werken met culturele, publieke en private partners verbindt Brabant C creativiteit aan actuele maatschappelijke vraagstukken en versterkt het de financiële basis van de cultuursector. We spraken met Jan Vriends, stripmaker en Stripmaker der Nederlanden, over de impact van de Stripmakersdagen. Dit meerdaags evenement in Helmond werd mede mogelijk gemaakt door de ASML x Brabant C-regeling.
De stripmaker zichtbaar maken
Stripmaker Jan Vriends weet als geen ander hoe kwetsbaar zijn vak is. “In Nederland zijn er misschien tweehonderd stripmakers, maar slechts een kleine twintig kunnen er echt van leven,” vertelt hij. Twee jaar geleden werd Jan benoemd tot Stripmaker der Nederlanden, een rol die hij nadrukkelijk als ambassadeurschap ziet. “Ik heb mezelf als doel gesteld om de stripmaker zichtbaarder te maken en het vak beter te positioneren. We zijn vaak introvert, terwijl we een ongelooflijk bijzonder ambacht beoefenen.”
Een van de belangrijkste instrumenten daarin zijn de Stripmakersdagen, die in november 2025 voor de tweede keer plaatsvonden in de Cacaofabriek in Helmond. Het evenement bracht stripmakers, studenten, opdrachtgevers, cultuurliefhebbers en nieuw publiek samen. Niet als nichebijeenkomst, maar als open podium voor een breed publiek.
Waarom de Stripmakersdagen nodig zijn
“De stripwereld is versnipperd,” legt Jan uit. “Makers, verzamelaars en winkeliers zitten vaak in hun eigen bubbel.” De Stripmakersdagen zijn daarom bewust opengebroken. Waar de eerste edities vooral vakgericht waren, richt deze editie zich nadrukkelijk ook op bezoekers. “We willen dat nieuwe mensen kennismaken met het medium én met de makers erachter.”
Samen met zijn partner Ingeborg organiseerde Jan het evenement. Hij trad op als curator en scout, zij nam de organisatie op zich. “Het is ontzettend veel werk, maar het is zo mooi om te zien wat het teweegbrengt,” zegt hij. “Bezoekers zijn echt verbaasd over de diversiteit en kwaliteit van stripmakers in Nederland.”
Meer dan tekenen alleen
Volgens Jan wordt het vak van stripmaker vaak onderschat. “Wij zijn beeldvertellers. Te vergelijken met filmmakers. Je kunt een mooie tekening maken, maar daar word je geen fan van. Op personages kun je verliefd worden. Die gaan leven. Juist die combinatie van schrijven en tekenen maakt het vak zeldzaam én krachtig.”
Tijdens de Stripmakersdagen werden zo’n twintig stripmakers uitgenodigd, met uiteenlopende stijlen en achtergronden. Dat werkte aanstekelijk. “We zagen dit jaar veel meer bezoekers dan vorig jaar. En het leverde ook nieuwe opdrachten op. Met veel moeite creëren we zo weer werk voor stripmakers.”
Van inspiratie naar concrete impact
De impact bleef niet beperkt tot inspiratie. Een expliciet doel van de Stripmakersdagen was: meer werk voor stripmakers. “Dat is geen abstract ideaal,” zegt Jan. “We hebben vragen uitgezet, makers gekoppeld aan opdrachtgevers en daar zijn al concrete klussen uit voortgekomen.”
Zo ontstonden onder andere opdrachten voor erfgoedprojecten, het Brabants Landschap, Wonka Theaters en een strip over kunstenaar Lucas van Gassel. “Strips blijken enorm geschikt om complexe verhalen toegankelijk te maken, van erfgoed tot gedragsregels voor kinderen.”
De steun van Brabant C, via de ASML x Brabant C-regeling, was cruciaal. “Dankzij die bijdrage konden we makers eindelijk eerlijk betalen,” benadrukt Jan. “En Brabant C daagde ons uit om ook andere fondsen te betrekken. Dat vertrouwen werkt door, want andere partijen stappen dan ook makkelijker in.”
Een fundament voor de toekomst
In 2026 wordt tijdens de Stripmakersdagen ook een nieuwe Stripmaker der Nederlanden benoemd. Zelf blijft Jan bouwen aan zichtbaarheid voor zijn vak, onder meer met zijn stripserie Holly wil naar huis, waarin telkens een andere maker een aflevering verzorgt. “Het is als een Netflixserie, maar dan op papier. En elke maker krijgt hiermee een landelijk podium.” De stripserie verschijnt vanaf januari maandelijks in de tijdsschriften ‘Kidsweek’ en ‘Zo zit dat’.